Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

V&A 26-002 Tegenbewijsregeling revisierente bij belaste ODV-aanspraak

Dit V&A 26-002 behandelt de vraag of de tegenbewijsregeling voor de revisierente kan worden toegepast wanneer een aanspraak ingevolge een ODV tot het loon uit een vroegere dienstbetrekking wordt gerekend. Dit V&A is opgesteld in samenwerking met de Kennisgroep formeel recht.

Inleiding

Wanneer een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV) op grond van artikel 19b van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB, tekst 31 december 2016) tot het loon uit een vroegere dienstbetrekking wordt gerekend, wordt 20% revisierente berekend over de waarde in het economische verkeer van de aanspraak.

Vraag

Kan de revisierente op grond van de tegenbewijsregeling in artikel 30i, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) worden verminderd, indien de ODV minder dan tien jaar vóór het belastbare feit is bedongen?

Antwoord

Nee, de tegenbewijsregeling van artikel 30i, derde lid, AWR is in dit geval per saldo niet van toepassing.

Beschouwing

Revisierente wordt in rekening gebracht wanneer een pensioenaanspraak, lijfrente of andere fiscale oudedagsvoorziening wordt afgekocht, vervreemd of anderszins niet overeenkomstig de fiscale regels wordt aangewend. Deze rente (maximaal 20%) is verschuldigd naast de reguliere belastingheffing. Op grond van artikel 38p, vierde lid, Wet LB is de revisierenteregeling ook van toepassing op een ODV.

Artikel 30i, derde lid, AWR biedt belastingplichtigen de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren ten aanzien van de hoogte van de revisierente. De belastingplichtige moet hiervoor een schriftelijk verzoek indienen. Voorwaarde is dat de betreffende aanspraak is bedongen in de tien kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de aanspraak op grond van artikel 19b, eerste lid, Wet LB (tekst 31 december 2016) tot het loon wordt gerekend.

De revisierente wordt alleen op een lager bedrag berekend indien de mogelijkheid zou bestaan de aftrek van de premies voor de aanspraak ongedaan te maken door navorderingsaanslagen over de jaren van die aftrek op te leggen.

Bij de omzetting van de pensioenaanspraak in de ODV zijn geen bedragen afgetrokken. De wettelijke regeling kende ook geen bepaling waarin de omzettingswaarde wordt aangemerkt als “premie” voor de ODV. Dat betekent dat de tegenbewijsregeling per saldo niet kan worden toegepast.

Let op!  Let op!

Wanneer een ODV geruisloos wordt omgezet in een lijfrente, zoals bedoeld in artikel 38p, eerste lid, Wet LB, is wel sprake van een in te leggen ‘premie’. Artikel 10a.18, vierde lid, Wet IB 2001 regelt specifiek dat bij omzetting van een ODV-aanspraak in een lijfrenterekening, de aanwendingswaarde (inbrengwaarde) van de ODV-aanspraak wordt aangemerkt als een in aanmerking genomen uitgave voor inkomensvoorzieningen. Voor verdere toelichting op de tegenbewijsregeling in deze situatie wordt verwezen naar standpunt KG:070:2024:4 van de Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting.

Deel deze pagina