Ga direct naar de inhoud

V&A 08-020 Loonstamrechtovereenkomst - Variabele termijnen

1 april 2021 15:59

Dit V&A 08-020 behandelt de vraag of en in hoeverre de termijnen uit een loonstamrecht in hoogte mogen variëren.

Vraag

In artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2013) wordt gesproken van ‘een aanspraak op periodieke uitkeringen’. Mogen de periodiek uit te keren termijnen uit een loonstamrecht, als bedoeld in die bepaling, in hoogte variëren?

Antwoord

Ja, dat mag.

De termijnen uit een stamrecht moeten periodieke uitkeringen zijn, er hoeft geen sprake te zijn van een lijfrente. Om van een periodieke uitkering te kunnen spreken hoeven de termijnen, anders dan bij een lijfrente, niet over de gehele periode vast en gelijkmatig te zijn. De wijze waarop de termijnen in omvang zullen variëren, dient wel bij het ingaan van de termijnen te zijn vastgesteld. Verder is van belang dat de periodieke uitkeringen uit het loonstamrecht na variabilisering een voldoende realiteitsgehalte blijven houden, zie V&A 10-005.

De variatie van de termijnen mag afhankelijk zijn van toekomstige onzekere ontwikkelingen en hoeft daarom niet steeds voorafgaand aan het ingaan van de uitkeringen, in euro’s te worden vastgesteld. Het ontmoet dan ook geen bezwaar wanneer bij het ingaan van de termijnen wordt bepaald dat de termijnen zullen variëren, bijvoorbeeld door deze afhankelijk te stellen van de met het stamrechtkapitaal behaalde beleggingsresultaten.

Het bovenstaande geldt op grond van artikel 11a, derde lid, Wet LB (tekst 2013) ook voor termijnen die worden uitgekeerd uit een tegoed van een stamrechtspaarrekening dan wel uit de waarde van een stamrechtbeleggingsrecht.