Ga direct naar de inhoud
Naar de homepage van Centraal Aanspreekpunt Pensioenen

V&A 17-036 Aftrek geactiveerde indexatielasten na afkoop of omzetten in ODV van pensioen in eigen beheer; verzoek om toepassing goedkeuring besluit 22 maart 2017, nr. 2017-22793

1 januari 2020 00:00

Dit V&A 17-036 behandelt de vraag tot wanneer uiterlijk kan worden verzocht om toepassing van de goedkeuring van het besluit van 22 maart 2017, nr. 2017-22793 inzake de aftrek van eerder geactiveerde indexatielasten nadat het pensioen in eigen beheer is afgekocht of omgezet in een ODV.

Inleiding

Op grond van artikel 38n van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2019) is het van 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 mogelijk geweest om het volledige in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen of om te zetten in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV).

In artikel 34e, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet VpB) is een regeling opgenomen voor de met een afgekochte of in een ODV omgezette pensioenaanspraak samenhangende indexatielasten die eerder door de werking van de artikelen 3.26, 3.27 en 3.28 van de Wet IB 2001 bij de bepaling van de winst nog niet in aanmerking zijn genomen. Als een in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak met toepassing van artikel 38n Wet LB (tekst 2019) is afgekocht, kan de vennootschap op het moment van afkoop de op de fiscale balans geactiveerde indexatielasten volledig ten laste van de winst brengen. Als de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak is omgezet in een ODV, kunnen de geactiveerde indexatielasten in een aantal gelijke jaarlijkse delen ten laste van de winst worden gebracht. Voorwaarde voor de toepassing van artikel 34e, vierde lid, Wet VpB is dat de transitorische actiefpost voor de indexatielasten is opgenomen in een aangifte vennootschapsbelasting die uiterlijk op 20 september 2016 is gedaan.

In het besluit van 22 maart 2017, nr. 2017-22793 (het besluit) is een goedkeuring opgenomen voor situaties waarin de transitorische actiefpost nog niet is opgenomen in een uiterlijk op 20 september 2016 gedane aangifte vennootschapsbelasting. In het besluit is goedgekeurd dat de werking van artikel 34e, vierde lid, Wet VpB op verzoek en onder voorwaarden uitgebreid kan worden zodat er alsnog rekening gehouden kan worden met de geactiveerde indexatielasten. Volgens de eerste in het besluit gestelde voorwaarde moet het verzoek om toepassing van de goedkeuring uiterlijk worden gedaan bij de aangifte vennootschapsbelasting waarin de transitorische actiefpost voor de indexatielasten is opgenomen. Het besluit formuleert deze voorwaarde als volgt: “1. Belanghebbende dient, uiterlijk bij het doen van de aangifte vennootschapsbelasting waarin deze actiefpost is opgenomen, een verzoek met een beroep op deze goedkeuring in bij de inspecteur”.

Vraag

Kan het in het in voorwaarde 1 van het besluit genoemde verzoek om toepassing van de goedkeuring inzake de toepassing van artikel 34e, vierde lid, Wet VpB ook nog worden gedaan nadat de aangifte vennootschapsbelasting waarin de transitorische actiefpost is opgenomen is ingediend bij de Belastingdienst?

Antwoord

Ja, het in het in voorwaarde 1 van het besluit genoemde verzoek om toepassing van de goedkeuring inzake de toepassing van artikel 34e, vierde lid, Wet VpB kan ook nog worden gedaan nadat de aangifte vennootschapsbelasting waarin de transitorische actiefpost is opgenomen is ingediend bij de Belastingdienst. Het verzoek moet door de Belastingdienst zijn ontvangen vóór het moment waarop de inspecteur de betreffende aanslag vennootschapsbelasting regelt. Hiermee wordt aangesloten bij het arrest van de Hoge Raad van 23 december 1959, nr. 14 099 (ECLI:NL:HR:1959:AY0549). Dit uiterlijke tijdstip voor het indienen van het verzoek om toepassing van de goedkeuring van het besluit geldt ook voor de gevallen waarin de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak ten tijde van de aanslagregeling nog niet was afgekocht of omgezet in een ODV.