Ga direct naar de inhoud
Naar de homepage van Centraal Aanspreekpunt Pensioenen

V&A 19-011 Begrenzing pensioendotatie artikel 38q, Wet LB. Hardheidsclausulebeleid

20 december 2019 11:49

In het kader van de overgangsmaatregelen die moeten leiden tot het uitfaseren van het pensioen in eigen beheer is in artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) een begrenzing opgenomen in de hoogte van de pensioenopbouw over de jaren 2016 en 2017. Voor zover de opbouw in 2016 en 2017 gezamenlijk meer dan 150% hoger was dan de opbouw in 2015 is gefaciliteerd prijsgeven gevolgd door afkoop of omzetting bedoeld in artikel 38n, tweede lid, Wet LB voor dat deel niet mogelijk. Omdat deze begrenzing in sommige bijzondere situaties onbillijke gevolgen heeft kan de begrenzing van artikel 38q Wet LB, met toepassing van de hardheidsclausule (artikel 63 Algemene wet inzake rijksbelastingen), in die situaties buiten toepassing blijven.

Inleiding

Op 1 april 2017 zijn de maatregelen van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, in werking getreden (kamerstukken 34 555 en 34 662). Volgens artikel 38n Wet LB is het in de periode van 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 mogelijk om het in eigen beheer verzekerde deel van de opgebouwde pensioenaanspraak fiscaal gefaciliteerd af te kopen of om te zetten in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Bij volledige afkoop of omzetting in een ODV kan de opgebouwde pensioenaanspraak worden prijsgegeven voor zover de waarde in het economische verkeer van die aanspraak hoger is dan de fiscale balanswaarde van de tegenover die aanspraak staande pensioenverplichting op het moment van prijsgeven. Om te voorkomen dat ook voor een incidenteel hogere pensioenopbouw in 2016 en 2017 kan worden geprofiteerd van de fiscaal geruisloze afstempeling, is in de eerste volzin van artikel 38q Wet LB bepaald dat artikel 38n, tweede lid, Wet LB niet van toepassing is voor zover de pensioenopbouw in 2016 en 2017 meer dan 150% hoger is dan de pensioenopbouw in 2015. Voor dit deel van de in 2016 en 2017 opgebouwde aanspraak geldt de faciliteit niet.

Vraag

Artikel 38q Wet LB is ingevoerd om te voorkomen dat over de jaren 2016 en 2017 extra dotaties zouden worden gedaan om zo te kunnen profiteren van de mogelijkheid om fiscaal geruisloos te kunnen prijsgeven. Deze maatregel werkt in sommige situaties nadelig uit. Dit kan onder omstandigheden het geval zijn wanneer sprake is van een loonsverhoging die onvoorzien nodig was door de toepassing van de gebruikelijkloonregeling (artikel 12a Wet LB). In dergelijke situaties kan de franchise of de reeds doorgebrachte pensioengevende diensttijd in combinatie met een eindloonregeling zodanige gevolgen hebben dat de beperking van artikel 38q Wet LB nadelig uitwerkt. Geeft deze situatie aanleiding voor een tegemoetkoming op basis van de hardheidsclausule?

 

Antwoord

Ja, in sommige uitzonderlijke situaties kan sprake zijn van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in de hardheidsclausule die aanleiding vormt om de begrenzing van artikel 38q Wet LB achterwege te laten.

De begrenzing in de pensioenopbouw zoals is opgenomen in artikel 38q Wet LB, is bedoeld om extra pensioendotaties te voorkomen die zijn gericht op het behalen van incidenteel fiscaal voordeel. De wetgever heeft hierbij om uitvoeringsredenen gekozen voor een robuuste regeling. Hiermee heeft de wetgever aanvaard dat de regeling ook onvoorziene nadelige gevolgen kan hebben. Voor zover de pensioenopbouw uitgaat boven de begrenzingen van artikel 38q Wet LB, moet dit deel ingeval van afkoop of omzetting worden belast tegen de waarde in het economische verkeer, waarbij tevens revisierente in rekening wordt gebracht.

Deze gevolgen zijn echter onder omstandigheden niet passend. Dit betreft situaties waarin de begrenzing relatief en absoluut grote nadelige gevolgen heeft en de betrokkenen in redelijkheid niet zijn aan te rekenen, zodat aannemelijk is dat de wetgever die gevolgen niet bewust heeft willen aanvaarden. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen in de situatie waarin een loonsverhoging het rechtstreekse gevolg is van een juiste en tijdige naleving van de gebruikelijkloonregeling.

Het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule kan worden gezonden aan:

Ministerie van Financiƫn

CD Vaktechniek

Team Brieven en Beleidsbesluiten

Postbus 20201

2500 EE Den Haag