Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

V&A 26-007 Combinatie levenslang partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en een tijdelijke uitkering van partnerpensioen

Dit V&A 26-007 behandelt de vraag of een combinatie van een levenslang partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en een tijdelijke uitkering van partnerpensioen kan worden toegezegd.

Vraag

Kan een combinatie van een levenslang partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en een tijdelijke uitkering van partnerpensioen worden toegezegd?

Antwoord

Ja, een combinatie van een levenslang partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en een tijdelijke uitkering van partnerpensioen kan worden toegezegd.  

Een veel voorkomende combinatie is een levenslang partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum op grond van artikel 18b van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964) en een tijdelijk nabestaandenoverbruggingspensioen op grond van artikel 18f Wet LB 1964. Andere combinaties zijn echter ook mogelijk, zoals een variatie in de hoogte van het partnerpensioen, als bedoeld in artikel 18d, eerste lid, Wet LB 1964. Feitelijk is er dan sprake van een combinatie van een tijdelijke hoge uitkering en een levenslange lage uitkering. Een andere mogelijkheid is een levenslang partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum in combinatie met een AOW-overbrugging als bedoeld in artikel 18d, tweede lid, Wet LB 1964. Deze drie vormen van combinaties van een levenslange en tijdelijke uitkering van een partnerpensioen, kunnen naast elkaar toegepast worden, mits aan de voorwaarden uit de Wet LB 1964 wordt voldaan.

Toelichting

Naast de levenslange uitkering van het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum mag ook een nabestaandenoverbruggingspensioen worden uitgekeerd, als bedoeld in artikel 18f Wet LB 1964. Voorwaarden hiervoor zijn dat uitkering niet meer bedraagt dan 8/7 van de Anw-uitkering (€ 24.341 in 2026) en dat de uitkering stopt uiterlijk bij de AOW-leeftijd van de partner.

Naast de toezegging van een nabestaandenoverbruggingspensioen, kan het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum ook aangepast worden, zodat er feitelijk sprake is van een combinatie van een levenslange en tijdelijke uitkering. Dit kan op twee manieren.

  1. Allereerst kan er gekozen worden voor een variatie in de hoogte van de uitkeringen, als bedoeld in artikel 18d, eerste lid, Wet LB 1964. Feitelijk wordt de lage uitkering levenslang uitgekeerd en de hoge uitkering tijdelijk. Voorwaarden zijn dat de variatie binnen de bandbreedte van 100:75 blijft en dat de mate van variatie uiterlijk op ingangsdatum van het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum vaststaat. Er gelden geen eisen aan de duur van de hoge of lage uitkering.
  2. Daarnaast kan ook nog gekozen worden voor een AOW-overbrugging, als bedoeld in artikel 18d, tweede lid, Wet LB 1964. De levenslange uitkering van het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum wordt verlaagd in ruil voor een tijdelijke uitkering tot aan de AOW-leeftijd van de gerechtigde. Deze tijdelijke uitkering bedraagt maximaal € 2.357 bruto per maand (bedrag 2026).

Zowel in geval van variatie in de hoogte van de uitkeringen (artikel 18d, eerste lid, Wet LB 1964), als in geval van een AOW-overbrugging (artikel 18d, tweede lid, Wet LB 1964), of een combinatie van beide is er sprake van één toezegging van partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum. Er vindt echter een aanpassing plaats in de wijze waarop dat partnerpensioen wordt uitgekeerd. Er is dus geen sprake van een aanvullende pensioentoezegging, zoals in geval van een nabestaandenoverbruggingspensioen (artikel 18f Wet LB 1964).

Toezeggen van een nabestaandenoverbruggingspensioen sluit niet uit dat ook een variatie in de hoogte van de uitkeringen van partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum kan worden toegepast, al dan niet in combinatie met een AOW-overbruggingspensioen. Alle drie de vormen van een levenslang en tijdelijke uitkering kunnen naast elkaar worden toegepast.

Let op!  Let op!

Wanneer bij de toezegging al gebruik wordt gemaakt van de variabiliseringsmogelijkheden van artikel 18d Wet LB 1964, dan beperkt dit de latere variabiliseringsmogelijkheden van de pensioengerechtigde bij ingang van de uitkeringen.

Let op!  Let op!

Omdat een (levenslang dan wel tijdelijk) partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum op grond van artikel 18b Wet LB 1964 een andere pensioensoort is dan een nabestaandenoverbruggingspensioen op grond van artikel 18f Wet LB 1964, moet dit verschil duidelijk worden aangegeven in de pensioenregeling. Uit de regeling moet blijken op welke wijze de combinatie van een levenslange en tijdelijke uitkering van partnerpensioen is vormgegeven.

Deel deze pagina