Ga direct naar de inhoud

V&A 05-007 Regeling voor vervroegde uittreding geen toezegging in de zin van de Pensioenwet

Publicatiedatum 27-06-2016

Dit V&A 05-007 behandelt de vraag of en in hoeverre sprake is van een regeling voor vervroegde uittreding indien de regeling gedeeltelijk is aan te merken als een pensioenovereenkomst in de zin van de Pensioenwet of als een pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB).

Vraag

In artikel 32ba, zesde lid, Wet LB is bepaald dat een regeling niet als regeling voor vervroegde uittreding wordt aangemerkt, voor zover die regeling een pensioenovereenkomst inhoudt als bedoeld in de Pensioenwet (PW). Een regeling wordt ook niet als een regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt, voor zover de regeling een pensioenregeling is als bedoeld in hoofdstuk IIB Wet LB of in de artikelen 38d, 38e of 38f Wet LB. Hoe moet deze uitzondering worden opgevat indien de regeling slechts gedeeltelijk is aan te merken als een pensioenovereenkomst in de zin van de PW of een pensioenregeling in de zin van hoofdstuk IIB of de artikelen 38d, 38e of 38f Wet LB?

Antwoord

Voor zover sprake is van een pensioenovereenkomst als bedoeld in de PW of een pensioenregeling als bedoeld in hoofdstuk IIB Wet LB of in de artikelen 38d, 38e of 38f Wet LB wordt er niet voldaan aan de definitie van een regeling voor vervroegde uittreding. Voor het deel van de regeling waar de PW niet op van toepassing is, en dat niet kwalificeert als pensioenregeling als bedoeld in hoofdstuk IIB Wet LB of in de artikelen 38d, 38e of 38f Wet LB kan er wel sprake zijn van een regeling voor vervroegde uittreding.

Deel deze pagina