Ga direct naar de inhoud

Vervallen V&A 08-088 Uitstel van de in de regeling vastgestelde prepensioendatum in een beschikbare-premiestelsel en de 100%-toets d.d. 110118

Publicatiedatum 11-01-2018

Vraag

In prepensioenregelingen is vaak de mogelijkheid opgenomen om de ingangsdatum van het prepensioen uit te stellen indien wordt doorgewerkt na de in de regeling vastgestelde prepensioendatum. Volgens artikel 38a, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2004) kan het prepensioen dan worden verhoogd tot maximaal 100% van het pensioengevend loon.

Hoe verloopt bij een beschikbare-premieregeling de toetsing aan de 100%-grens van artikel 38a, derde lid, Wet LB (tekst 2004)?

Antwoord

Bij uitstel van de in de prepensioenregeling vastgestelde prepensioendatum mogen de opgebouwde rechten volgens artikel 38a, derde lid, Wet LB (tekst 2004) door actuariƫle herrekening worden verhoogd totdat de grens van 100% van het pensioengevend loon is bereikt. De doorlopende bewaking van de 100%-grens die hierbij moet worden uitgevoerd, is voor een beschikbare-premieregeling niet anders dan voor een regeling die is gebaseerd op een ander stelsel.

Uitstel van de ingangsdatum van het prepensioen is overigens alleen mogelijk indien en voor zover de pensioengerechtigde na de in de regeling vastgestelde prepensioendatum blijft doorwerken in dezelfde dienstbetrekking, in een tegenwoordige dienstbetrekking bij een andere werkgever, als ondernemer of als resultaatgenieter. Zie voor een nadere uitleg Vraag & Antwoord 08-086 en onderdeel 9.5 van het besluit van 24 november 2017, nr. 2017-126948.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 8 van het vervallen besluit CPP2004/244M (besluit van 8 juli 2004).

Deel deze pagina