Ga direct naar de inhoud
Naar de homepage van Centraal Aanspreekpunt Pensioenen

V&A 17-027 Oprenting oudedagsverplichting

1 januari 2020 00:00

Dit V&A 17-027 behandelt de vraag hoe de oprenting van een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting verloopt en hoe die oprenting verwerkt kan worden in de fiscale winst van het eigenbeheerlichaam dat de oudedagsverplichting uitvoert.

Vraag

Een dga heeft per 1 juli 2017 de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak met toepassing van artikel 38n Wet LB gedeeltelijk prijsgegeven en omgezet in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Op grond van artikel 38p, eerste lid, Wet LB dient de ODV jaarlijks met een bij ministeriële regeling bepaalde marktrente opgerent te worden.

Hoe verloopt de oprenting van de ODV in de volgende drie situaties:

  • in de uitstelfase (de uitkeringen van de ODV zijn nog niet ingegaan);
  • in het jaar dat de ODV voor het eerst tot uitkering komt;
  • in de uitkeringsfase?

Hoe kan voor het bepalen van de fiscale winst rekening worden gehouden met de oprenting van de ODV?

Antwoord

Ten aanzien van de oprenting van een ODV geldt over het algemeen het volgende:

  • De ODV wordt jaarlijks verhoogd met een bij ministeriële regeling bepaalde marktrente. De voor de oprenting van de ODV te gebruiken marktrente is opgenomen in artikel 12.3a van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (URLB). Per 1 januari 2020 is deze marktrente vastgesteld op -0,107%. V&A 19-007 gaat in op de gevolgen van het negatieve marktrentepercentage voor het oprenten van een ODV.
  • In de uitstelfase (de uitkeringen zijn nog niet ingegaan) wordt de ODV steeds opgerent nadat een jaar is verstreken. Het is in de uitstelfase echter ook mogelijk om de ODV steeds aan het eind van het boekjaar van het eigenbeheerlichaam op te renten. Indien de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak in de loop van het boekjaar is omgezet in een ODV, zal bij oprenting van de ODV aan het eind van het boekjaar van het eigenbeheerlichaam de eerste oprentingsperiode korter zijn dan twaalf maanden;
  • Wanneer de oprentingsperiode in twee kalenderjaren valt, wordt het oprentingspercentage bepaald op het gewogen gemiddelde van de marktrentepercentages van artikel 12.3a URLB voor de betreffende kalenderjaren (zie de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 3 november 2016 met antwoorden op tijdens het wetgevingsoverleg van 31 oktober 2016 gestelde vragen, kamerstukken 34 552, nr. 19, p. 43);
  • In het jaar waarin de ODV-termijnen ingaan, wordt de ODV, voorafgaand aan de vaststelling van de omvang van de eerste termijn, tot de ingangsdatum opgerent;
  • Nadat de ODV-termijnen zijn ingegaan, wordt de ODV steeds na verloop van één jaar opgerent. De grondslag voor oprenting is het bedrag van de ODV nadat daarop de vervallen termijn (en) in mindering is (zijn) gebracht.

Hieronder wordt een en ander verduidelijkt aan de hand van een aantal voorbeelden per geschetste situatie.

Voorbeelden oprenting ODV in de uitstelfase

Oprenten ODV op omzettingsverjaardag (de dag waarop precies één, twee of n jaar is verstreken na omzetten van het pensioen in eigen beheer in een ODV)

  • De in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak is op 1 juli 2017 met toepassing van artikel 38n Wet LB gedeeltelijk prijsgegeven en omgezet in een ODV;
  • De oprenting van het ODV-saldo (vóór ingang van de ODV-termijnen) vindt plaats op de omzettingsverjaardag: 1 juli.

Ingeval de ODV-termijnen nog niet zijn ingegaan, heeft de eerste oprenting van de ODV plaatsgevonden op 1 juli 2018. Het oprentingspercentage is het gewogen gemiddelde van het voor 2017 en het voor 2018 in artikel 12.3a URLB opgenomen marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement 2016 respectievelijk 2017).

Oprenten ODV per balansdatum van het eigenbeheerlichaam

  • De in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak is op 1 juli 2017 met toepassing van artikel 38n Wet LB gedeeltelijk prijsgegeven en omgezet in een ODV;
  • Het boekjaar van het eigenbeheerlichaam loopt van 1 januari tot en met 31 december.
  • De oprenting van het ODV-saldo (vóór ingang van de ODV-termijnen) vindt plaats aan het einde van het boekjaar van het eigenbeheerlichaam: 31 december.

De eerste (tijdsevenredige) oprenting van de ODV heeft plaatsgevonden op 31 december 2017. Het oprentingspercentage is het in artikel 12.3a URLB voor 2017 opgenomen marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement 2016).

Voorbeelden oprenting ODV in het jaar waarin de ODV voor het eerst tot uitkering komt

Oprenten ODV per omzettingsverjaardag

  • De oprenting van het ODV-saldo heeft in de uitstelfase steeds plaatsgevonden op de omzettingsverjaardag, zijnde 1 juli;
  • De ODV-termijnen gaan in op 1 maart 2020.

Bij ingang van de ODV-termijnen moet het ODV-saldo eerst worden opgerent voor de sinds de laatste omzettingsverjaardag verstreken periode (1 juli 2019 tot 1 maart 2020). Het oprentingspercentage is het gewogen gemiddelde van het voor 2019 en het voor 2020 in artikel 12.3a URLB opgenomen marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement 2018 respectievelijk 2019).

Oprenten ODV per balansdatum van het eigenbeheerlichaam

  • De oprenting van het ODV-saldo heeft in de uitstelfase steeds plaatsgevonden per einde van het boekjaar van het eigenbeheerlichaam, zijnde 31 december;
  • De ODV-termijnen gaan in op 1 maart 2020.

Bij ingang van de ODV-termijnen moet het ODV-saldo eerst worden opgerent voor de in het lopende boekjaar verstreken periode (1 januari 2020 tot 1 maart 2020). Het oprentingspercentage is het voor 2020 in artikel 12.3a URLB opgenomen marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement 2019).

Voorbeeld oprenting ODV in de uitkeringsfase

In de uitkeringsfase dient het resterende ODV-saldo jaarlijks op de uitkeringsverjaardag te worden opgerent. Met de uitkeringsverjaardag wordt bedoeld de dag waarop het telkens precies één, twee of n jaar na ingang van de ODV-termijnen is. Deze wijze van oprenting volgt uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (kamerstukken 34 555, nr. 3, p. 37).

Ingeval de ODV-uitkeringsverjaardag niet op 1 januari ligt, zullen voor de oprenting van het ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag twee marktrentepercentages gehanteerd moeten worden.

Stel de ODV uitkeringsverjaardag is 1 maart. De ODV is in 2019 ingegaan. Op 1 maart 2020 (= de eerste ODV-uitkeringsverjaardag) moet het resterende ODV-saldo worden opgerent. Het oprentingspercentage is het gewogen gemiddelde van het voor 2019 en het voor 2020 in artikel 12.3a URLB opgenomen marktrentepercentage (gemiddeld u-rendement 2018 respectievelijk 2019). De grondslag voor de oprenting is de stand van de ODV per 1 maart 2019 minus de na die datum vervallen termijnen.

Oprenting ODV en fiscale winstberekening

Hetgeen hiervoor over de oprenting is opgenomen, betreft de toepassing van de bepalingen van de Wet LB. Het eigenbeheerlichaam moet bij het bepalen van de fiscale winst, de lasten van de jaarlijkse oprenting van de ODV op basis van goed koopmansgebruik toerekenen aan het boekjaar waarop de oprenting betrekking heeft. Wanneer de oprenting niet op (fiscale) balansdatum plaatsvindt, kan het deel van de eerstvolgende oprenting dat betrekking heeft op de periode tot (fiscale) balansdatum, bij het bepalen van de fiscale winst van het betreffende boekjaar in aanmerking worden genomen door op de fiscale eindbalans een transitorische passiefpost op te nemen.