Ga direct naar de inhoud
Belastingdienst, onderdeel van de Rijksoverheid - Naar de homepagina

V&A 21-002 Gevolgen wijziging overgangsrecht levensloopregelingen voor reeds gemaakte afspraken over opnemen levensloopverlof

1 april 2021 14:21

Dit V&A 21-002 behandelt de vraag of de per 1 januari 2021 doorgevoerde wijziging van het overgangsrecht voor levensloopregelingen ook gevolgen heeft voor eerder afgesproken levensloopverlof voor november en december 2021.

Inleiding

Op 1 januari 2022 komt een einde aan het overgangsrecht voor levensloopregelingen. Om de afwikkeling van de levensloopregelingen goed te laten verlopen is vanaf 1 januari 2021 in artikel 39d, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) een fictief genietingsmoment opgenomen op 1 november 2021.

Tot en met 31 oktober 2021 blijft de huidige mogelijkheid bestaan om de waarde van de levensloopaanspraak op te nemen door middel van het op verzoek geheel of gedeeltelijk via de (ex-)werkgever laten uitbetalen van de waarde van de levensloopaanspraak of om te zetten in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling

Op 1 november 2021 wordt de nog niet eerder belaste of in een pensioenaanspraak omgezette levensloopaanspraak belast als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Indien de betreffende (gewezen) werknemer aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, wordt de levensloopaanspraak belast als loon uit vroegere dienstbetrekking (zie ook V&A 20-011).

Vraag

Een werknemer heeft eerder met zijn werkgever afgesproken dat hij tot en met 31 december 2021 levensloopverlof zal opnemen. Heeft de wijziging van het overgangsrecht van artikel 39d Wet LB gevolgen voor deze afspraak?

Antwoord

Ja. De wijziging van het in artikel 39d Wet LB opgenomen overgangsrecht voor levensloopregelingen heeft gevolgen voor de tussen werkgever en werknemer gemaakte afspraak over het tot en met 31 december 2021 op te nemen levensloopverlof.

De waarde van de levensloopaanspraak moet uiterlijk op 31 oktober 2021 via de werkgever zijn opgenomen of omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling. Indien op 1 november 2021 bij de uitvoerder nog een niet eerder belaste levensloopaanspraak aanwezig is, wordt de waarde van deze aanspraak op dat moment belast met loonheffing. Indien werkgever en werknemer eerder hebben afgesproken om de waarde van de levensloopaanspraak in te zetten voor na 31 oktober 2021 op te nemen verlof, betekent dit dat de uitkering over de maanden november en december uiterlijk op het fictieve genietingsmoment van 1 november 2021 wordt belast. Werknemers kunnen in overleg met hun werkgever aanvullend afspreken dat zij de periode november en december van het jaar 2021 onbetaald verlof opnemen. Met de uitbetaling van het restant van levenslooptegoed voor november en december op het fictieve genietingsmoment kunnen zij deze periode van onbetaald verlof overbruggen. Deze wijziging van de afspraken over het verlof kan gevolgen hebben voor de pensioenopbouw (zie ook V&A 21-004).