Go directly to content
Naar de homepage

Vervallen V&A 08-074 Incidentele beloningen in een beschikbare-premiestelsel d.d. 100118

10 januari 2018 15:23

Deze versie van het Vraag & Antwoord is vervangen door Vraag & Antwoord 18-074 d.d. 4 januari 2019.

Artikel 18g Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 18g, tweede lid, Wet op de loonbelasting 1964

Incidentele beloningen in een beschikbare-premiestelsel (Vraag & Antwoord 08-074 d.d. 100118)

Vraag
Op grond van artikel 10b, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB) kan de pensioenopbouw over niet tot het regelmatig loon behorende loonbestanddelen (incidentele beloningen) niet plaatsvinden op basis van een eindloonstelsel. Pensioenopbouw over incidentele beloningen kan bijvoorbeeld wel plaatsvinden op basis van een beschikbare-premiestelsel. Uiteraard geldt hierbij voor de pensioenopbouw de maximering van het pensioengevend loon van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB).

Zijn er in dat geval bijzondere regels van toepassing voor het bepalen van de beschikbare premie over incidentele beloningen?

Antwoord
Ja, voor het vaststellen van de beschikbare premie over incidentele beloningen zijn enkele bijzondere regels van toepassing. Er moet rekening worden gehouden met het volgende:

  • Artikel 18a, derde lid, onderdeel b, Wet LB bevat een uitgangspunt voor loonstijgingen tijdens de loopbaan. Incidentele beloningen houden evenwel geen verband met de loopbaanontwikkeling. Het uitgangspunt voor loonstijgingen tijdens de loopbaan van het artikelonderdeel geldt daarom naar aard en strekking niet bij incidentele beloningen.
  • In artikel 10b, tweede lid, UBLB is aangegeven dat de pensioenopbouw over incidentele beloningen moet plaatsvinden op basis van een ander stelsel dan het eindloonstelsel. Deze pensioenopbouw zou dus ook kunnen plaatsvinden op basis van het middelloonstelsel. Daarom mag bij het bepalen van de beschikbare-premiestaffel voor incidentele beloningen worden uitgegaan van het maximale richtpercentage voor de opbouw op basis van een middelloonstelsel van 1,875% per jaar in plaats van het wettelijke maximale richtpercentage voor de opbouw van 1,657% op basis van een eindloonstelsel (artikel 18a, derde lid, eerste volzin, Wet LB).
  • Indien in de pensioenopbouw over de structurele beloningen reeds volledig rekening is gehouden met de minimaal voorgeschreven AOW-inbouw, hoeft bij het bepalen van de beschikbare premie voor incidentele beloningen geen rekening gehouden te worden met de AOW-inbouw.
  • Als voor de incidentele beloning geen rekening hoeft te worden gehouden met de (gedeeltelijke) inbouw van AOW kan de beschikbare premie worden uitgedrukt in een percentage van de incidentele beloning zelf. In andere gevallen dient de beschikbare premie uitgedrukt te worden in een percentage van de pensioengrondslag (incidentele beloning minus de AOW-franchise ten bedrage van 100/75 maal de AOW-inbouw, franchisemethode) of dient de pensioenopbouw over de incidentele beloning te worden verminderd met de in te bouwen AOW (inbouwmethode). Voor het verschil tussen de inbouwmethode en de franchisemethode wordt verwezen naar Vraag & Antwoord 14-006.
  • Indien gebruik wordt gemaakt van het besluit van 23 november 2017, nr. 2017-187605 kunnen de premiestaffels van bijlagen I of IV, of een premie op basis van de kostprijs van een fiscaal maximaal middelloonpensioen van bijlage V bij dat besluit ook worden toegepast op de incidentele beloningen. Uiteraard zijn de voorwaarden voor het gebruik van de premiestaffels of premie van het besluit dan onverkort van toepassing.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 9 van het vervallen besluit CPP2003/2794M (besluit van 22 april 2004).