Ga direct naar de inhoud
Belastingdienst, onderdeel van de Rijksoverheid - Naar de homepagina

V&A 21-005 Verzekeren uitkering pensioenkapitaal aanvullend pensioensparen bij vooroverlijden voor extra partnerpensioen

19 maart 2021 00:00

Dit V&A 21-005 behandelt de vraag of de verzekering van een uitkering van pensioenkapitaal bij vooroverlijden kan worden gecombineerd met partnerpensioen dat op risicobasis is verzekerd.

Vraag

De pensioenregeling van een werkgever bevat naast de basisregeling de mogelijkheid om voor eigen rekening deel te nemen aan een regeling voor aanvullend pensioensparen. De basisregeling voorziet in een op risicobasis verzekerd partnerpensioen bij overlijden van de werknemer vóór de pensioendatum.

De regeling voor aanvullend pensioensparen biedt de mogelijkheid om een uitkering bij vooroverlijden van de werknemer ter grootte van 90% van het belegd pensioenkapitaal te verzekeren (restitutiekapitaal). De partner kan daar (aanvullend) partnerpensioen voor aankopen.

Kan deze verzekering van het restitutiekapitaal bij vooroverlijden worden gecombineerd met het reeds in de basisregeling op risicobasis verzekerde partnerpensioen?

Antwoord

Als de basisregeling al voorziet in een (al dan niet op risicobasis verzekerd) fiscaal maximaal partnerpensioen, is het fiscaal niet mogelijk om in de aanvullende regeling nog een uitkering van pensioenkapitaal bij vooroverlijden voor de aankoop van aanvullend partnerpensioen te verzekeren. De fiscale ruimte voor het partnerpensioen is dan immers al volledig benut in de basisregeling.

De absolute begrenzing van het partnerpensioen op 70% van het laatstgenoten loon is per 1 januari 2017 vervallen. Dit biedt in deze situatie echter geen fiscale ruimte voor het toezeggen van extra partnerpensioen. Door het vervallen van deze 70%-begrenzing, kan het partnerpensioen weliswaar hoger uitkomen dan de genoemde 70% maar alleen als gevolg van:

  • een lange arbeidzame periode waarover aanspraken worden toegekend, of
  • onderlinge ruil van pensioensoorten.

Het toezeggen en meeverzekeren van het 90%-restitutiekapitaal voor de aankoop van aanvullend partnerpensioen is evenwel geen vorm van ruil. Het meeverzekeren van het restitutiekapitaal vormt in de hiervoor beschreven situatie een oververzekering die leidt tot het toezeggen van een te hoog partnerpensioen. De oververzekering bestaat eruit dat bij overlijden van de werknemer voor de pensioendatum het totaal van het uit het restitutiekapitaal aan te kopen partnerpensioen tezamen met het in de basisregeling verzekerde partnerpensioen hoger uitkomt dan het fiscaal toegestane partnerpensioen. Als voorzienbaar is dat deze voor het partnerpensioen geldende maxima door de eventuele uitkering(en) bij vooroverlijden zullen worden overschreden, is het niet toegestaan uitkeringen van die hoogte toe te zeggen en mee te verzekeren. Er is in deze situatie immers geen sprake van ruil en/of van een uitzonderlijk geval van restbegunstiging als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 (zie V&A 08-038).

Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing voor het toezeggen en meeverzekeren van de uitkering van het restitutiekapitaal ten behoeve van een aanvullend wezenpensioen.